Deze molen werd voor J.Elenbaas op de grond van de ergenamen van A.Bierens gebouwd. De weduwe Elenbaas hertrouwde en verkocht de molen in 1877 aan M.L. de Vlieger Azn.
Later waren achtereenvolgens W. Dorst, P. Breäs, G.J. Breäs en L.A. Verhage zijn opvolgers.
Tot 1952 werd op windkracht gemalen met twee koppel 16der kunst- en een koppel 16der blauwe stenen. Na een verbouwing verhuisde de complete maalinrichting naar de begane grond.
Op de vijf zolders werden in 1955 zes silos voor 30 ton graan geplaatst. Deze waren gemaakt van het hout van de in dat jaar gesloopte stelling.
In 1968 werd het hekwerk van de roeden verwijderd en een jaar later de twee resterende koppel stenen verwijderd.De 25 PK ruwoliemotor maakte in 1942 plaats voor een 30 PK elektromotor, die tot 1969 als hulpmotor twee koppels stenen op de begane grond aandreef.
De dubbele elevator van de begane grond tot de maalzolder en enkele elevator van maalzolder tot kap zijn in 1969 verwijderd. De buil en de hijslier met 0,4 PK elektromotor bleven over.
De molen werd van ca. 1969 tot 1978 in- en uitwendig geheel gerestaureerd
door eigenaar/molenaar
Lou Verhage, die nog op hoge leeftijd aan de molen werkte om op windkracht te kunnen malen. Voor de reconstructie van het gaandewerk maakte hij gebruik van spoorwiel en steenschijven van de in 1952 gesloopte grondzeiler 'Horror Vacui' te Noordgouwe. Vanwege de grootte werd het spoorwiel hier als onderaandrijving gemonteerd.
Het heeft 150 kammen met een zeer fijne steek; ook de staven van de steenschijven zijn feitelijk niet meer dan een vinger dik: een prachtig stuk werk van wijlen meester-molenmaker Marien van Riet uit Goes.
Staartbalk en schoren zijn afkomstig van de in 1968 onttakelde molen van De Regt te Nieuw-Lekkerland. De molen werd in 1999, nadat molenaar Verhage bij een verkeersongeval om het leven was gekomen, door zijn erven verkocht, was daarna nog geruime tijd draaiend te zien, maar kwam tenslotte wegens gebrek aan onderhoud tot stilstand. In september 2006 werd de bouwvallig geworden stelling verwijderd; delen van de kapbedekking en het hekwerk zijn inmiddels
weggewaaid.
Op 1 mei 2009 zal een grote restauratie starten; deze moet op 1 juni 2010 zijn voltooid. Kap, wiekenkruis en stelling zullen worden gerestaureerd zoals de molen er rond 1930 bijstond.
P. Jungbeker blijft eigenaar; het dagelijks beheer zal worden ondergebracht bij Stichting Molen de Vier Winden.
Belevingen van R van Winkelen, Tuinstraat 26 St Annaland.

Van mijn jeugd weet ik nog dat de molen machinaal in bedrijf was bij molenaar G.J. Breäs. De molen was toen al onttakeld. Hij had een knecht Dhr L A. van Poortvliet, deze is ongeveer 1996 met de fiets verongelukt. Zijn vrouw leeft nog en is de oma van de speeltuin. Dhr L van Poortvliet bracht alles weg met paard en wagen. Het was een mooi rijpaard, want Bres had maar 1 dochter, Lucie en die reed ’s avonds paard. Dat was toen een luxe. Mijn oudste broer mocht vaal met paard en wagen meerijden, toen is hij op zekere keer eraf gevallen en onder het wiel gekomen met zijn been. Daar heeft hij een poosje mee thuis gezeten. Daarna mocht er van vrouw Breäs niemand meer meerijden. De knecht heette in de volksmond: Lin van de Meulenaer! Het paard heette: Marie, en stond gestald in 1 van de pakhuizen waar nu de woning staat. Waar nu de grote coniferen staan ( het bos) was vroeger een stukje weiland, een grote moestuin en bloementuin.
De ingang, het pad naar de molen liep tot en met 1984 langs het huis van Droogendijk. Na het overlijden van Breäs werd het huis verkocht en de pad afgesloten. Hierna werd er via de FM Boogaardweg een ingang gemaakt. Mijn moeder was toen ze jong was werkster bij vrouw Breäs, dus die wist er ook wel wat van te vertellen. Van molenmakers die bleven slapen, en een zekere molenaarsknecht die Henk Jeroense heette. Vanaf die oude ingang naast het molenaarshuis aan de Bierensstraat reed je zo op de molen af. Vroeger waren er twee grote openstaande hekken voor, die in het weekend dicht gingen. Mijn moeder heeft ze nogal eens schoon gemaakt want ze waren wit geverfd, en als de wind er op stond kwam er rook van de motor op. Het was toen nog een dieselmotor die in het aangebouwde schuurtje stond. Later werd dat elektrisch. De hekken hebben altijd nog op de pakhuis zolder gestaan en met de sloop van de pakhuizen zijn ze waarschijnlijk met het puin meegegaan.
Mijn moeder wist nog dat de pakhuizen werden gebouwd. Een zuster van vrouw Breäs, Marie Slager mocht waarschijnlijk de eerste steen leggen. Want bij één van de pakhuizen, was in een gewone rode baksteen ingekerfd: M.S.J.D. Dit betekende Marie Slager Jan Dochter ( vader heette Jan Slager). Marie was een vriendin van mijn moeder. Ze heeft nog jaren in Halsteren gewoond en is in 1997 overleden. Haar man heette Lindhout. De steen is met de sloop van de pakhuizen verloren gegaan.
Mijn moeder herinnerde nog als de koffie klaar was, dat vrouw Breäs op een fluitje blies.
Dan wisten ze: koffie drinken. Dit zal ongeveer 1936 zijn geweest. Vrouw Breäs had toen al een oven en kon geweldig lekker bakken, dat was toen uniek!
Breäs kwam van Goedereede, en zijn vader heeft tot zijn overlijden in de Bierensstraat, toen Dorpsweg nr. 11 gewoond waar nu Cent Goedegebuure woont, naast Martien de fietsenmaker.
Met de inundatie in de oorlog, toen het eiland onder water stond moest er toch worden gemalen. Met een bootje ging Breäs dan naar de molen om te malen, want toen kon de molen nog op de wind malen. De familie Breäs woonde toen tijdelijk in het Nonnetjeshuis. Daar woonden de ouders en de broers van vrouw Breäs; de familie Slager. Die hadden daar een kleine slagerij en aan de voorkant een winkeltje. Wij woonden vroeger tot 1957 in de Bierensstraat op nr. 19. En als jongetje moesten we dan om voer voor de konijnen. Je mocht niet verder komen dan de deur want dat vonden ze te gevaarlijk. Het rook altijd lekker naar meel. En ik hoor nog het geluid van de machines en zie nog de Jackobs ladder voor me.
Er kwam niemand meer aan te pas!! Alles ging vol automatisch, voor toen zeer modern.
Ik weet ook nog dat er zo’n grote sleutel in het slot van de grote deur zat, die is er volgens mij nog. December 1965 is Breäs ermee gestopt wegens pensioen. En januari 1966 werd het bedrijf en de molen verkocht aan molenaar LA Verhage uit Poortvliet. Die had de molen van Poortvliet ook nog in bezit. Knecht Leen van Poortvliet, Lin van de Meulenaer, kreeg ontslag en ging in de Rotterdamse havens te werken. Tot ong. 1969 werd er nog wel elektrisch gemalen en er hing dan een papier met pen aan de deur waar de klanten hun bestelling konden noteren. Dat werd dan door Dhr Verhage of zijn zoon Ad Verhage thuis gebracht. Later is deze Ad Verhage bij Cebeco op een van de kantoren gaan werken. Hij woont nu in Noord-Holland.
Op deze foto zien we molenaarsknecht Dhr. L van Poortvliet: Lin van de Meulenaer. 
Met paard en wagen en een drietal jongens. Deze foto is gemaakt in de Weststraat, de schuur aan de rechterkant was van de Fam Boogaard, voorstraat 25. Hij is al lange tijd gesloopt. De Foto is vermoedelijk gemaakt in ongeveer 1955. Dhr. van Poortvliet woonde toen met zijn gezin in de Klippelstraat. Dit straatje is helaas helamaal gesloopt. Later zijn ze naar de Schoolstraat 63 verhuisd, waar nu nog zijn vrouw S van Poortvliet-Vroegop woont
Eind 1972 is dhr LA Verhage met de restauratie begonnen.
De kap werd waterdicht gemaakt en de staart werd geverfd.
Binnen in de molen was de machinale maalderij eruit gehaald. Er zaten nog 6 houten silo’s in, die er ook uit werden gesloopt. De zolders waren voor de helft soms bijna helemaal weg, werden er weer ingebracht en op deze manier kon je weer in de kap komen. Het oude binnenwerk dat Breäs eruit had gesloopt: zoals schijfloop, steenschijven, spoorwiel, luiwerk, koningsspil, daar was niets meer van want dat was verkocht. Enkel het bovenwiel met de vang en de vangbalk zaten er nog in, dat was nog in goede staat. Voor de silo’s werden er twee raamopeningen dicht gemetseld, en niet zo maar, maar de dikte van de muren. Hier heeft Verhage menig uurtje op gekapt om deze weer open te maken. Er werden twee nieuwe raampjes besteld bij Wagenmaker Joh. Van de Repe. Verhage was daar mee bevriend, je kunt de nieuwe er nog uit halen! De werkplaats van de wagenmaker staat er nog ( niet meer in bedrijf) Links van het kerkgebouw van de Ger. Gemeente aan de Weststraat. Verhage had via een sloper een aantal dikke lange grenen balken gekocht. Hiervan wilde hij latten laten zagen voor het hekwerk van de wieken. Verschillende timmermannen weigerden, want met oude balken had je kans dat je op spijkers kwam en dat kostte dan een lintzaag. Uiteindelijk kwam hij bij timmerman Abr. Kurvink op de voorstraat terecht. Op nr 19 waar de de tandartspraktijk van Verkouteren is. Die had zijn werkplaats achter aan het huis en die kwam aan de Weststraat uit. Het was een zeer precies en secuur man. Hij was bereid om het karwei te doen op die voorwaarde dat als er onverhoopt op een spijker werd gezaagd, dat de zaag dan vergoed moest worden. Dit werd keurig gedaan, want Verhage verzekerde hem dat hij alle spijkers eruit had gehaald. Dit hekwerk heeft er niet lang ingezeten, want dit kwam van een oude school en had dus jaren binnen gezeten. Binnen enkele jaren moest het worden vernieuwd. De stellingdeuren werden ook vernieuwd, die waren ook totaal verrot.
Maart 1973 werd een begingemaakt met de stelling. Nadat alle gaten van de stellingliggers en schuine schoren waren open gekapt. Deze waren allemaal dicht gemetseld. Dit was een enorm karwei, allemaal met de hand. Er werd een partij tweedehands ijzeren profielen gekocht en een partij tweedehands planken. Stukje bij beetje zag je de stelling vorderen. Het ging nu weer een beetje op een molen lijken. De kap had al jaren niet meer gekruid, dus met kunst en vliegwerk en hulpmiddelen werd binnen in de kap telkens een stukje gekruid. Koevoeten en hefbomen kwamen er aan te pas en na veel gezwoeg lukte dit.
Oud molenaar kees Kodde heeft hem hierbij geholpen. Het oude kruirad was namelijk nog intact. De plaatselijke smid, Jan Hendrikse, die had zijn werkplaats/smederij in de Weststraat, waar nu de woning van de Fam. Blom staat ( op de hoek), heeft er nog een nieuwe as aan gelast. Tot ongeveer 1995 heeft dit kruirad gefunctioneerd. Toen heeft Verhage het huidige rad eraan gemaakt, want het oude was verrot. Nadat de stelling eraan zat werd een begingemaakt met de binnenroeden. Slechte stukken plaatwerk werden verwijderd en een kennis van Verhage heeft er nog stukken plaatwerk op gelast. Daarna werd alles in de menie gezet en vervolgens geteerd.
Er werd begonnen met het hekwerk van onder af zodat er een soort ladder kwam waarop dan werd gestaan, vervolgens de lange zoomlatten, zo kwam de zeeg weer in het hekwerk, daarna de kluften, met de achterzoom, waartussen de windboorden kwamen. Het onderste bord kon uitgenomen worden met een zogenaamde bordveer. De andere zaten vast met wervels. Het lager van de as dat in de halssteen en de pensteen rust werd ontroest, want dit had jaren niet gedraaid. Verhage was nog iemand die nog vele dingen toepaste van vroeger, zoals de as smeren met reuzel dat bij de slager werd gehaald.
Ik herinner me nog dat op een vrijdag in juni 1973 werd proef gedraaid met molenaar Kees Kodde erbij. Verhage had nog oude katoenen bruine molenzeilen die werden voorgelegd, en zo werd er gedraaid. Dat was wel een belevenis want vele mensen hadden de molen nog nooit zien draaien. Het moest allemaal rustig aan want de vang moest zich ook bewijzen, en na wat haperingen en de vang wat versteld te hebben slaagde het proefdraaien. Dat was toch wel een spannende middag. Ik heb het zelf gezien, want vanaf begin 1973 ging ik wel eens een kijkje nemen. Je moest Verhage een beetje kennen, want hij keek eerst de kat uit de boom, maar daarna kwam hij wel los en kwam je wat te weten. Vanaf toen ben ik ook molenkaarten en krantenknipsels gaan verzamelen. Ik vond dat geweldig dat functioneren op de wind.
Toen werd de romp aangepakt. Stukje bij beetje werd het groen en mos eraf geborsteld met een staalborstel, alles met de hand, wat een karwei!!!
Was er een stuk schoon dan werd dat meteen gewit, dat verschil was enorm. Je wist echt niet wat je zag. Telkens zag je het werk vorderen tot hij er tenslotte schitterend wit bijstond. Ramen groen, deuren groen met witte stopverfranden. De boogjes boven de ramen en deuren rood, net zoals vroeger, prachtig. Mijn moeder herinnerde zich nog dat heel vroeger de molen geel werd gesaust en pas later wit. De dubbele deuren op de begane grond waren nog goed en ze zitten er nog in. In 1974 werd de buitenroede aangepakt. Deze was er slechter aan toe, maar werd op dezelfde wijze opgeknapt. Oude stukken eruit en nieuwe stukken erop gelast. Wat uiteindelijk prima werd gedaan.

Hij werd gemenied en geteerd en vervolgens opgehekt en windborden erin. De molen werd steeds mooier, nu draaide hij met twee gerestaureerde roeden. Stukje bij beetje kwam het binnenwerk erin. De koningsspil met de schijfloop welke met de kammen in het bovenwiel grijpen. In de werkplaats van molenmaker van de Hamer te Brouwershaven stond nog steeds het grote spoorwiel en de steenschijven uit de molen van Noordgouwe die was gesloopt. Verhage kocht deze onderdelen en deze werden gedemonteerd en naar St Annaland gebracht. Dhr van der Hamer was een zwager van Verhage. Verhage heeft van hem ook veel Molenmakers gereedschap overgenomen.
Het spoorwiel is een schitterend onderdeel. Er kwamen twee koppels stenen in, één koppel natuurstenen zogenaamde “blauwe stenen”, die komen uit het Eifelgebergte. Ze wegen ongeveer 1000 kg per stuk. Deze stenen worden gebruikt om tarwe mee te malen. Het andere is een koppel kunsstenen die worden gebruikt voor veevoer: gerst, haver, mais enz. Het Luiwerk kwam erin. Via de koningsspil werd dit hijswerk aangedreven, zo konden de zakken worden opgehesen en ook na het malen weer laten zakken, door 2 openslaande luiken in de zolders. Toen alles er origineel in zat bleek het niet goed te functioneren. Het oude, vorige spoorwiel was veel kleiner. Het bleek dat de stenen een veel te grote overbrengingsverhouding hadden t.o.v. vroeger. Er viel met de molen niet te malen. Alles werd verandert en de stenen kregen onderaandrijving via een vernuftig systeem. Dit alles door Verhage uitgedokterd. Een stukje bijzonder knap werk. Een nadeel is dat, als de molen draait de steenschijven constant meedraaien. Ze kunnen niet uit zijn werk worden gezet wat oorspronkelijk wel kon. En het maakt wel wat lawaai. Maar het functioneerde!!! Het motorhok werd in 1974 gesloopt en er werd een raampje geplaatst, plusminus 1975 werd de oude lange spruit onbetrouwbaar en bleek in slechte staat te zijn. Verhage kocht een tweedehands azabéé-balk en maakte hem zelf in vorm, ook de ronde koppen. Dit was een flink karwei, want dit hout is kei en kei hard. Nadat hij klaar was en verschillende malen in de verf werd gezet, werd de oude gestreken. Maar nu de nieuwe erin! Toevallig was er die tijd een kraantje bij de Schutse bezig. Na een afspraak met de aannemer heeft die de lange spruit erin gehesen.
De oude staartbalk, korte spruit en schoren werden ook slecht. Ze werden gestreken en zo heeft de molen een tijdje gestaan. Want er moesten andere schoren , korte spruit en staartbalk komen. De staartbalk die er nu nog in zit komt uit Nieuw- Lekkerland van molenaar de Regt. De Romp staat daar nog. Op het molenerf werd alles in vorm en passend gemaakt. En alles werd keurig geverfd: geel met op de einden een stuk wit en de koppen rood, van de lange en korte spruit. Bovenop de lange schoren kwamen de zogenaamde afdekpetten. Via de korte spruit werden er ijzeren tuien na de lange spruiten bevestigd, tegen doorhangen. Deze konden eventueel wat opgedraaid worden, dit karwei werd in 1977 uitgevoerd. Allemaal handwerk, met lieren, westland- takel en met behulp van Kees Kodde en nog meer behulpzame personen. Er moest een stuk stelling worden gesloopt anders kon de staartbalk niet naar boven. Hier heb ik foto’s van, het was werkelijk ongelooflijk hoe dit werk werd geklaard. Want zittend bovenop de lange spruit, daar kon je op komen via een luikje in de kap, moesten de schoren worden vastgemaakt aan de spruiten. Dit deed Verhage, toen al op leeftijd.
In 1976 overleed mevrouw Verhage, maar je zag hem al spoedig weer iedere dag op de molen. Tussen de middag terug naar Poortvliet en zijn kostje klaar maken, ongeveer 14.00 uur ’s middags was hij er weer. 1979: de kapbedekking, de planken werden slecht. Ook dit karwei werd door Verhage uitgevoerd. Alles moest gebogen worden en ook de achter keuvelens werd vernieuwd. De twee oude raampjes gingen er uit en er kwam 1 breed, smal raampje voor terug. Vervolgens werd de kap bekleed met rubberoid of bitumen. Via de gaten bovenin de romp werden er steigertjes gebouwd. Wat later kwam er een buil in de molen die hangt onderaan de eerste zolder en wordt met touwen aangedreven via de luitafel. De buil is niet helemaal compleet, het inwendige mechanisme is niet met gaas bespannen. Er kon zelfs nog een ouderwetse slijpsteen via de buil worden aangedreven en een bakje water waar de steen in draaide, bv om beitels in te slijpen.
In 1980 kreeg Dhr Verhage, staande op de stelling een plaat ijzer op zijn hoofd. Bij het doordraaien van de roeden kwam dit vanaf de askop naar beneden. Hier was hij de vorige dag mee bezig geweest en het was hem ontgaan dat dit stuk ijzer los op de askop lag. Hevig bloedend viel Verhage op de stelling waar het bloed vanaf de stelling naar beneden liep. Gelukkig zagen de overburen het meteen en werd met spoed de dokter erbij gehaald, die hem met veel spoed naar het ziekenhuis liet brengen per ambulance. Daar aangekomen kwam hij wat bij en er werd geconstateerd dat hij een flinke deuk in zijn schedel had opgelopen. Enige weken heeft hij in het ziekenhuis gelegen, waar hem werd medegedeeld dat hij veel geluk had gehad: “u moet wel een enorme harde sterke schedel hebben, anders had u dit niet overleefd” Hij was toen al ongeveer 70 jaar, maar na een tijdje pakte hij gewoon zijn werk op de molen weer op. Als je bovenop zijn hoofd keek zag je gewoon een gleuf waar de plaat ijzer op was gekomen.

Als de molen draaide ging ik nogal eens kijken, want ik kon toen al met een molen draaien. Dit had ik op de Standaardmolen bij de gebroeders Kees en Maris Kodde geleerd. Zodoende vroeg Verhage, het was 1985 of ik met de molen wilde draaien, want hij wilde dat de molen zoveel mogelijk werd gedraaid. Dat heb ik met plezier gedaan tot ongeveer 1990. Je moest wel wat verstand van het weer hebben en altijd voorzichtig te werk gaan, want gebeurt er wat een molen staat niet meteen stil. Bijvoorbeeld, oppassen voor loshangende kleren, beslist geen das of sjaal dragen, hier kun je onverwacht mee worden gegrepen met alle gevolgen van dien. Verhage gaf verschillende aanwijzingen: let op as enkel smeren met Reuzel!! Na het draaien de roeden met de ketting aan de stellingligger vast maken. Bliksemafleider aan de roeden bevestigen, aan weerskanten van het bovenwiel een zware stut. Staart goed vastzetten, vangtouw zorgvuldig op de klamp, deuren; grendels van binnen erop, licht op de zolders uitdoen, buitendeur op slot en grote sleutel in het varkenshok, zo konden we er beiden bij. In het voorjaar van 1987 werd er een begin gemaakt met het vervangen van de stelling. Nu oorspronkelijk alles van hout.
Verhage had het jaar daarvoor in 1986 het hout, allemaal nieuw eikenhout, bij een molenmaker gekocht en opgeslagen in het varkenshok. Wederom moest er gehakt worden, want de houten balken zijn nu eenmaal dikker dan de ijzeren profielen. Het oude ijzer werd achter de molen opgeslagen en na een tijd aan een oud-ijzerboer verkocht. Er kwamen ook veel nieuwe planken op en toen de stelling eraan zat leek de molen nog mooier. Want dit is echt origineel. Augustus 1987 werd de molenromp met een hoge drukspuit schoon gespoten en opnieuw gewit. Hier heb ik nog bij geholpen via steigertjes tussen de staart en hangbankjes werd het bovenste gedeelte gewit, waarbij Verhage toeren verrichtte waar ik even mijn ogen bij dichtkneep. In dit zelfde jaar werd de baard en de achterbaard eraf gehaald. Er werd wat aan opgeknapt, opnieuw geschilderd, groen met witte omlijsting en de naam erop: “ De vier Winden” anno 1847. Waarna ze weer naar boven werden gehesen en vast werden gemaakt. Raampjes en deuren en rode boogjes boven de ramen en deuren werden geschilderd, zo zag alles er weer strak uit. De zolders van de pakhuizen werden gebruikt voor opslag van hout of ander overtollig materiaal en de lege plaatsen beneden werden verhuurd als autostalling. Zelfs in de molen stond een auto. Er kwamen klapdeuren in maar 1 pakhuis bleef de schuifdeur houden. Het varkenshok stond ook vol met spullen: de oude kruilier, houten eierkisten, kortom allemaal oude afgedankte spullen. Verhage wilde de molen met opstal graag verkopen maar dat lukte niet meteen. In 1985 stond hij al te koop. In 1986 heeft Molenaar Verhage twee nieuwe zeilen aangeschaft bij de F.a. Wakker te Maassluis. Deze zeilen zijn intussen versleten en worden vervangen door nieuwe na de restauratie eind 2010.
In 1992 werd het hekwerk van de buitenroede gesloopt en opnieuw weer aangebracht. Dit werd uitgevoerd door Dhr Verhage, die toen al op leeftijd was namelijk 81 jaar. Met behulp van de vrijwillig molenaar van St Maartensdijk die was timmerman. In de wintermaanden kon men vrijdag en zaterdag de molen verlicht zien. Met behulp van een tijdklok werd dat geregeld. ’s Avonds om ongeveer 12.00 uur ging alles uit. Het waren 3 schijnwerpers: 1 op de hoek van het rechtse pakhuis 1 op het dak van de toenmalige aula van de Schutse 1 aan een lantaarnpaal, bij de ingang aan de FM Boogaardweg Deze verlichting is toen der tijd geschonken door de middenstandsvereniging “Activa” Deze verlichting is met de sloop van de aula en pakhuizen verdwenen.
In 1996 werden er nog nieuwe schoren aangebracht ( die waren splinternieuw) Om dezelfde tijd werd de molenromp door Verhage met zijn dochter Mirjam schoongespoten en werd er door de Firma Krijger uit Poortvliet plaatselijk wat voegwerk gedaan. Ik dacht dat de molen toen ook weer gewit werd. Zo kun je opmaken werd er ieder jaar onderhoud aan de molen gedaan.
In 1997 werd er nog een nieuwe halssteen geplaatst door een molenmaker. Op 25 november 1997 is Dhr L.A. Verhage tragisch om het leven gekomen toen hij bij Poortvliet op de fiets werd geschept door een auto. Hij overleed in de ambulance op de leeftijd van 86 jaar. Ondanks zijn leeftijd reed hij nog altijd auto. De molen en opstallen kwamen in het bezit van zoon Ad en dochter Mirjam. Kleinkinderen had hij niet. De kinderen wilde de molen graag verkopen. In die tijd werd Dhr Dirk Uyl uit Poortvliet gevraagd om met de molen te draaien en wat klein onderhoud te doen. Dirk had namelijk vroeger jaren knecht geweest bij Verhage op de molen te Poortvliet. Die had er ook op gemalen dus dat was wel toe vertrouwd.
Najaar 1998 werd de kap nog gedeeltelijk nagezien. De helft werd met dakleer bekleed. De ijzeren stangen: vanaf de korte spruit naar de schoren werden vervangen door kettingen. Dit is niet origineel. De werkzaamheden aan de kap, in 1998 werden uitgevoerd door Molenmaker Hoefkens uit Middelburg. Ook werd de staartbalk, die toen al slecht begon te worden , van onderen met planken en bouten en moeren gerepareerd. Zo kon de molen weer kruien. Regelmatig draaide Dhr Uyl met de molen, hield hem schoon en hield het erf onkruidvrij. Toen werd de stelling al minder, precies op de plaatsen waar het hout de muur ingaat. Verschillende schoren van de stelling werden door hem gerepareerd zodat hij toch bleef functioneren.

Ongeveer in 2002 werd de molen met opstallen verkocht onder de voorwaarde dat de pakhuizen gesloopt mochten worden en er een woning gebouwd mocht worden. Dat werd door de Gemeente toegestaan. De nieuwe eigenaren het echtpaar Soffers had wel plannen met de molen, maar uiteindelijk is daar niets van gekomen. Ondanks de zorg van molenaar Dirk Uyl zag je de molen langzaam achteruit gaan, want er gebeurde geen belangrijk onderhoud meer. De pakhuizen werden gesloopt ( het varkenshok bleef gespaard) en er werd een nieuwe woning gebouwd. Tot ongeveer 2003 bleef Dirk Uyl met de molen draaien. Toen is hij ermee gestopt omdat de stelling niet meer betrouwbaar was en er stukken hekwerk naar beneden kwamen. Dit leverde gevaar op. De molen ging steeds verder achteruit, wat duidelijk zichtbaar was. De fam. Soffers zette de molen met de woning te koop en eind 2005 werd het geheel gekocht door de Fam. Jungbeker. Al snel werd de stelling gesloopt omdat dit een gevaar opleverde, dus zag hij er weer uit als voor 1973. De familie Jungbeker had en heeft grote plannen voor een restauratie en dit voorjaar werd er een bord geplaatst met de plannen en de namen van sponsoren. September 2009 zal de molen worden onttakeld en worden er steigers rond de molen geplaatst.
Zomer 2009 Eind augustus is begonnen met voorbereidende werkzaamheden ( 25 augustus). De roeden werden kaal gezet, vangstok eraf. Er werd een stuthout gemaakt, waar de kap op komt op het erf van de familie Jungbeker. Daarnaast werden de bouten van de schoren los gemaakt en de baard en achterbaard weg gehaald. De bouten in de askop leverden geen problemen op bij het losmaken: Dhr Verhage had ze stuk voor stuk losgedraaid en de draadeinden in de teer gezet. Ze kwamen daarom spoedig los. Ook weer zoiets waar goed over nagedacht was. De werkzaamheden werden uitgevoerd door Molenmaker Adriaens uit Weert. Op 1 september 2009 is de molen onttakeld. Er werd begonnen met een hoogwerker aan de buitenroede die horizontaal stond. Met een vlakslijper werd de roede aan beide kanten in 3 stukken gezaagd en naar beneden getakeld. De buitenroede is van : anno 1921 met het no 2470. Het ovale plaatje van de fabrikant Gebr. Pot aan de Kinderdijk werd er afgeslepen om te bewaren en straks in de molen met andere oudheden aan de bezoekers te tonen. De binnenroede werd er in zijn geheel uitgetakeld en op de weg gelegd. De binnenroede is van: anno 1897 met het no 1781. Ook hier werd het plaatje van de fabrikant Fa Gebr Pot Kinderdijk met nog een stukje van de roede eraf geslepen. Dit waren zo genaamde potroeden en waren alle twee nog geklonken!! Wat je nu goed kon zien.
De binnenroede die in zijn geheel op de weg lag werd in het midden met een snijbrander doorgebrand, en vervolgens met de stukken van de buitenroede op een oplegger geplaatst en afgevoerd. Vervolgens werden de korte en lange schoren en staartbalk losgemaakt en naar benden getakeld. De schoren waren nog van goede kwaliteit maar de staartbalk is slecht. Ook het kruirad is niet meer zo best.
’s Middags werd begonnen met het aftakelen van de kap. Van binnen werd alles met stroppen vast gemaakt, waarna de grote kraan met behulp van een lange ijzeren balk met kettingen de kap eerst naar boven werd gehesen om vervolgens op het erf te worden geplaatst. Daarna werd de kuip met het kruiwerk erin naar beneden gehaald. Tussen de ijzeren rollen zaten nog een aantal houten rollen. Dan kun je pas zien wat een nesten en resten materiaal tussen de rolring zit van kraaien en duiven.
Tenslotte werd er een noodkap op gemaakt om alles waterdicht te houden. Dit spektakel had veel bekijks en er werd dan ook veel gefotografeerd en gefilmd, want zoiets zie je niet vaak.
2 september; er werden nog werkzaamheden verricht door de molenmaker: het kruiwerk en de kuip werden gedemonteerd: misschien zitten er nog goede onderdelen tussen. Nu de kap op de grond staat kun je de askop zien met de zware bouten waar de roeden mee waren geborgd. Dit was een mooi stukje voorbereidingswerk.
Door Steigerbedrijf Plompen uit Vossemeer werd er begin een begin gemaakt met het opbouwen van de steigers rond de molen. Er is heel wat materiaal in deze constructie gegaan maar het stond als een huis. In de week van 7 september werden de steigers klaar gebouwd. Op 9 september werd er een groen net om de steigers bevestigd wat afvallend materiaal tegen moest houden. de molen was nu in zijn geheel niet meer te zien, zie ook de foto´s elders op deze pagina.
De molenromp is nu helemaal ingepakt het is net een groene cilinder.
Er is begonnen met het schoonspuiten van de romp om alle oude verflagen te verwijderen. Hierbij werd gebruik gemaakt van professionele apparaten die met warmte de romp behandelen.
Montagebedrijf Rijnberg uit de Bierenstraat is begonnen met het uithakken van de voegen en het metselen van slechte gedeelten van de romp. Ook werd er een begin gemaakt met het opnieuw voegen van de romp. Enkele weken later was het schoonspuiten, metselen, hakken en voegen afgerond en was de romp klaar voor de verfbeurt.
Schildersbedrijf Vermaas en Oosterbaan begonnen met het witten van de romp, ook hier werd door vrijwilligers van de Molen geholpen om het karwei tijdig klaar te krijgen. Ook werden de toogjes boven de ramen en deuren rood gemaakt. de nieuwe stellingsdeuren zitten erin en worden groen geschilderd.
Op de begane grond werd het oude raamkozijn verwijderd en werd een nieuw kozijn geplaatst. Vroeger werd er onder de stelling geteerd en bij het witten van een molen komt er al snel een doorslag. Dit is ter plaatse door de schilder bekeken en met een andere verfsoort is dit probleem opgelost. Nu ontstaat er een mooi geheel van een gehele witte romp.
Donderdag 1 oktober is het groene zeil dat rond de steiger zat eraf gehaald en is men begonnen met het afbreken van de steigers. In de stellingdeuren is intussen door de schilders glas geplaatst. De deuren zijn groen met witte randen rond het glas. Ook de dubbele toegangsdeuren op de begane grond zijn groen geverfd, met witte naald. De raampjes van de maal en luizolder zijn groen geverfd met witte stopverfrandjes. De steen waar de schuine schoor van de stelling op komt te rusten is rood-zwart geschilderd. Het wit onder de stelling wat heel vroeger geteerd is geweest is nu ook dekkend wit afgeleverd. De plint op het maaiveld is ongeveer 50 cm zwart gemaakt. De raampjes zijn ondertussen weer terug geplaatst zodat de romp regen en wind dicht is. Het halfronde ijzeren raam boven de toegangsdeuren is van binnen en buiten geverfd en er zijn wat nieuwe ruitjes geplaatst. De kleuren van dit raam zijn groen met witte stopverfrandjes. Het is het oorspronkelijke raam nog evenals de beide deuren. Ook het nieuwe raamkozijn onderin de molen staat in de grondverf en wordt zodra het weer het toelaat afgelakt. In de week van 19 oktober wordt er een plaatselijke collecte gehouden voor de molen. dit wordt door de Stichting met vrijwilligers gedaan.
Maandag 12 april zijn de werkzaamheden hervat. Er werd een begin gemaakt met het aanbrengen van de liggers en schuine schoren van de stelling. Men is begonnen op het Noordwesten, dus van de kant van “de Schutse”en vervolgens met de klok mee. Vrijdag waren al de liggers en schoren aangebracht, zodat het weer een bettje op een molen gaat lijken. Het werk wordt gedaan met behulp van een kraantje, die tilt de balken op en vervolgens worden ze op de plaatsgebracht en gemonteerd. Maandag 19 april werd begonnen met het aanbrengen van de planken op de liggers van de stelling. Het hekje rondom de stellen ( het zogenaamde Tuintje) werd ook aangebracht en geschilderd.
Week 17, Er werden enkele werkzaamheden aan de kap gedaan zodat er later een begin kan worden gemaakt met de restauratie van de kap. Ook werd erdeze week schilderwerk uitgevoerd door een schildersbedrijf en door de eigenaar.
Juni 2010, De werkzaamheden aan de kap werden flink aangepakt. Lange en Korte spruit werden afgezaagd en verwijderd en deze werden door nieuwe spruiten vervangen. De as werd aan de voorkant gelicht en gestut zodat de halssteen verwijderd kon worden. Deze wordt na reiniging weer hergebruikt. De voorkeuvelens worden bijna geheel vernieuwd op de windpeluw na, deze was nog in zeer goede staat. De voeghouten zijn rechts voor en achter aangelast.
Aan het rechtervoeghout bleek uit controle zijn geen verdere werkzaamheden verricht. De Roosterhouten zijn gedeeltelijk vernieuwd en ook de ring rond de roosterhouten is gedeeltelijk vernieuwd en gerepareerd.
Aan de rechterkant van de kap werd de beplanking verwijderd omdat deze niet meer al te best was. Daarna werden alle slechte delen vervangen door nieuwe beplanking. Het linkergedeelte is nog vrij gaaf en blijft daardoor ook gewoon intact.Wel worden er plaatselijk wat nieuwe stukken tussen gezet. Daarna wordt de kap voorzien van een rubberfolie. De nieuwe staartbalk ligt ook al gereed voor verdere behandeling Verschillende onderdelen van de binnenkant van de kap moesten helaas vernieuwd worden. Gelukkig blijven veel oude onderdelen bewaard. De vervangen gedeeltes worden in de molen opgeslagen en zullen later als de molen weer open is worden tentoongesteld. Uit de oude staartbalk die is verwijderd werden nog goede stukken hout verwerkt aan de voorkant van de kap (de keer en weer stijl). De oude staart was afkomstig van een korenmolen uit Nieuw Lekkerland ; Fan de Regt. Deze molen is in 1968 onttakeld en wordt momenteel ook gerestaureerd.
Ter plaatse wordt elke dag het bouwterein schoon opgeleverd door de eigenaar zelf. Hierdoor kunnen de molenmakers elke dag weer snel verder met de geplande werkzaamheden.
Het is voor mij uniek om dit mooie stukje restauratiewerk van zo dichtbij te kunnen zien en fotograferen.
Er werd verder aan de kap gewerkt.
Aan de linkerkant van de kap zijn slechte stukken hout (bekleding) weggehaald en zijn er nieuwe stukken ingezet. Daarna werd de kap bekleed met een speciale tussenlaag (folie). Intussen is het schildersbedrijf druk bezig met de schilderwerkzaamheden en hierbij treffen ze voortreffelijk weer. Zo zie je het werk iedere keer weer een stukje vorderen.
De askop en 2 koppen van de voeghouten werden met een speciale zwarte roestwerende primer behandeld, en daarna werd het rood, wit en blauw op de askop geschilderd. De halssteen werd opnieuw geplaatsten het stutwerk onder de as werd weer verwijderd zodat de as nu op de halssteen rust. In de gebinten van de kap staanmet verf de initialen: A.S. – H.J.
H.J. zou Henk Jeroense kunnen zijn die vroeger molenaarsknecht was bij molenaar Breäs. Deze Jeroense was geen familie van slopersbedrijf Jeroense. Het was familie van timmerman P Burgers Hoenderweg 48 St Annaland.
De kap werd afgewerkt met asfaltbitumen en voor en achterkeuvelens werden verder afgetimmerd. Vor en achter werden ook de luiken vernieuwd. Verder werden de bovenkanten van de lange en korte spruit bekleed met aluminium. Evenals de sponningen van de openingen waar de teerluiken in zitten zijn met aluminium bekleed.
Op een paar dingen na is het werk aan de kap gereed. De ophanging voor de baard zit eraan en er moet nog wat geschilderd worden. De staart staat inmiddels in de grondverf en voor en achterbaard moeten nog gemonteerd worden maar dit zal na de optakkeling worden gedaan met een hoogwerker. Het bouwterrein wordt iedere dag schoon weer opgeleverd zodat de schade aan de tuin beperkt zal blijven.
Augustus 2010,
In deze maand werden er aan de molen geen werkzaamheden verricht door de vakantiemaand.
Bij navraag is er achter de schermen wel hard gewerkt aan het verfwerk van de wieken.
Dit heeft in totaal zo’n 3 weken in beslag genomen.
September 2010,
Het is de bedoeling dat Molenmaker Adriaens in september de werkzaamheden zal hervatten.
Bij gunstig weer zal de ring voor het rollenkruiwerk, de kap, de roeden en de staart worden bevestigd.
Maandag 6 september werd de kuip met de ring per vrachtauto vanuit de werkplaats van Adriaens uit Weert gebracht.
De ring is moot gerestaureerd, er zitten nog stukken van de oude ring in verwerkt.
De ijzeren rollen waren nog goed en zijn hergebruikt, de houten rollen die er tussen zaten zijn vernieuwd. Deze zijn van iepenhout.
Ook de neuten aan de zijkanten zijn vernieuwd. In de middag rond 16.00 uur kwam de grote kraan die de kuip met de rollenring erop heeft getakeld. Wat de windkracht betreft kon het maar net.
Dinsdagmorgen vroeg 7 september arriveerden de 2 nieuwe roeden per speciaal transport. Ze zijn gemaakt bij
Fa Verdonkschot
Maasdijk 3a
Wessem
Ze zijn gelast en hebben nummers:
Binnenroede no: 13
Buitenroede no: 14
De oude roeden waren nog geklonken en daarvan is nog een stuk bewaard voor het “molenmuseum”onder in de molen.
Rond 9.00 uur in de ochtend werd de kap omhoog getakeld en op de plaats gebracht. ’s Middags werden de beide roeden omhoog getakeld en in de askop geplaatst en vastgemaakt.
Vervolgens moesten de lange schoren nog worden bevestigd en als laatste werd de vangstok naar boven gebracht. Zoals altijd trok dit spektakel veel publiek, kijkers kwamen foto’s maken, filmen enz.
Op maandag 13 september is er een begin gemaakt met het ophekken van de roeden. Ook werd de nieuwe baard geplaatst met daarop; "Molen de vier Winden Anno 1847"
Ik stond werkelijk versteld hoe snel dat werk gaat. Ga je de volgende dag weer kijken dan zie je hoe snel dit werk vordert!!
De vangstok is nu ook bevestigd. Nu gaat het weer een echte molen worden. Inmiddels is ook de achterbaard bevestigd en het hekwerk, kluften en zomen zitter eraan. De molen stond met het aanbrengen van het hekwerk op het zuidwesten, inmiddels is hij al een keer naar het nooroosten gekruierd zodat je de achterkeuvelend en staart met kruirad goed kunt zien. De gaten die rondom de molen zitten, een stukje onder de kap ( om een steiger te kunnen bouwen), zijn dichtgemaakt met een balkje met aan de voorkant een planke met een zandloper geverfd ( groen-rood). De vangstok is voorzien van een nieuwe ketting, waarvan het onderste stuk bestaat uit een flink dik stuk touw, vastgesplitst.
Dat ligt goed in de hand om de molen stil te zetten.
Er wordt nu nog aan de windborden gewerkt en passend gemaakt. De tuin waar de kap 1 jaar heeft gestaan is voorzien van nieuw gras, zodat je niet meer kunt zien waar de kap heeft gestaan.
Omdat de eigenaar Dhr Jungbeker zeer veel werk zelf heeft verricht liep alles voor op het schema en het is dan ook geweldig dat alles erop zit voor de echte herfststormen komen. Het ziet er naar uit dat de molen dit jaar nog zal proefdraaien. Er zijn ook nog 4 nieuwe molenzeilen in de maak, dan is hij dus helemaal compleet.
Ook wordt er druk aan het “molenmuseum”gewerkt door de eigenaar. Heel veel oude onderdelen die vervangen moesten worden krijgen dan een plaats met bordjes erbij, hoe en wat het is. Dat maakt het voor eventuele bezoekers duidelijk en interessant.
Het molenerf ligt er weer keurig bij: dat oogt ook heel wat.
St Annaland heeft er weer een schitterende mooie gerestaureerde molen bij, dat mag best worden vermeld.
De eigenaars hebben er zich enorm voor ingespannen om het zover te krijgen en met zeer veel eigen werk eraan, ook achter de schermen is dit gelukt.
Binnen in de molen ligt de “blauwe steen”open, die wordt schoon gemaakt. En ook aan de zolders worden d.m.v. sleutelstukken aanpassingen gedaan voor de versteviging.
Oktober 2010,
De Windborden werden passend gemaakt, en verder werden er nog wat kleinigheden aan de buitenkant van de molen gedaan. Toen de Windborden erin zaten was het echt zoals het moet zijn. Vrijdagmiddag 8 oktober 2010 heeft de molen voor het eerst proef gedraaid. Van verschillende kanten kreeg ik te horen “de molen heeft gedraaid”en dat na lange tijd.
Toch een teken dat het opvalt en dat het wordt gezien! Tijdens het proefdraaien was het en oostenwind, voorlopig nog zonder zeilen (deze zijn in de maak). De vlaggenstok werd ook geplaatst aan het achter keuvelens.
Na nog wat kleinigheden te hebben verricht lijkt het erop dat de molen nagenoeg klaar is. Verschillende malen heeft de molen nog proef gedraaid, de schaftkeet en de wc zijn weggehaald.
Nu is het wachten op de officiële opening, alles bij elkaar is het een knap stuk werk geweest.
![]()
Sint-Annaland, door de bewoners Stalland genoemd, was voor de gemeentelijke herindeling
op het eiland Tholen van 1 juli 1971 een zelfstandige gemeente die binnendijks 1600 ha groot was. Er
wonen nu 3301 inwoners (2003). Het gemeentewapen werd in 1817 bevestigd. Het vertoont Sint-Anna met
haar dochter Maria op de ene en het Christuskind op de andere arm. Dit wapen werd ook in de eerste helft van de 17de eeuw gevoerd. Uit de Cronijk van Smallegange (1696) is een ander wapen bekend, namelijk een 8-puntige ster van goud op een rood veld. De gemeentevlag met in de broektop het gemeentewapen, in 1954/55 vastgesteld, is geïnspireerd door de vlag van de provincie Zeeland. In 1476 gaf hertog Karel de Stoute de schorren genaamd Hannevosdijk, den Hamel, 's Gravencreke en Malland buiten de dijken van Sint-Maartensdijk en Poortvliet en langs het Keeten ter bedijking uit aan zijn nicht Anna van Bourgondië, vrouwe van Ravenstein. Nog in hetzelfde jaar werden aan weerszijden van de Breedenvliet de ringdijken van de Anna Vosdijkpolder en de polder van Sint-Annaland gesloten. Later werden nog bedijkt de Mariapolder (1506), de Breedenvlietpolder (1560) en de Susannapolder (1670).
Laatstgenoemde polder werd genoemd naar
Susanna Huygens, de echtgenote van de ambachtsheer en de enige dochter van Constantijn Huygens en Susanna van Baerle. Moggershil werd tussen 1419 en 1426 bedijkt. Na verschillende overstromingen en herdijkingen is de polder - veel
kleiner dan de 15e eeuwse polder - in 1660 in zijn huidige vorm bedijkt. Een restant van het in 1532 overstroomde Moggershil is de Grote Nol voor de Anna Vosdijkpolder. Het grondgebied van Moggershil maakt al lang deel uit van de ambachtsheerlijkheid Sint-Annaland. Ook een deel van de Pluimpotpolder behoorde tot Sint-Annaland. In de 19e eeuw werd nog de Johanna Mariapolder ingepolderd (1860), die Adriaan Tak - de bedijker van deze polder - naar zijn echtgenote J.M. Pous noemde. De laatste vergroting van het grondgebied ontstond door de demping van de haven, waarvoor bij K.B. van 24 oktober 1960, nr. 24 concessie is verleend. De oudste polders van Sint-Annaland zijn overstroomd in 1511, 1530, 1532, 1570, 1682 en 1953. De 16e eeuwse dijkdoorbraken waren mede een gevolg van de onbeschutte ligging toen Stavenisse 'drijvende' was (1509-1599). Het Diepe Gat, ontstaan na de doorbraak van de Paaldijk in 1566, is tegenwoordig een natuurgebied. Ook de Susannapolder is vele malen geteisterd door calamiteiten. Overstromingen vonden plaats in 1682,
1691, 1715, 1808 en 1906. Bij de bedijking van de twee oudste polders werd rekening gehouden met de aanleg van een dorp. Qua type is Sint-Annaland een ring-voorstraatdorp, waarbij de Voorstraat aan de ene zijde werd afgesloten door de haven en aan de andere zijde door de Ring met daarin de kerk en het kerkhof. De kerk, die in 1494 werd aanbesteed, werd
aan Sint Anna, de moeder van Maria, gewijd. Dit verklaart ook de naam van dit gebied. Voordien stond hier al een woning van de pastoor, die in 1486 werd gebouwd. Ook is er een klooster van de Kruisheren gesticht dat in 1492 werd ingewijd. In 1505 werd de kerk aan het kapittel van Oudmunster onttrokken en bij het klooster ingelijfd. De Reformatie op het eiland Tholen vond plaats in 1578. In 1586 werd Matthijs van de Broecke de eerste predikant. De oude kruiskerk is aan het eind van de 19e eeuw afgebroken en vervangen door de huidige in 1899 gebouwde kerk, die in 1957 aanzienlijk is vergroot. De Christelijk afgescheidenen bouwden in 1855 een kerk aan de Tienhoven. In 1873 werd aan de Weststraat een nieuwe kerk gebouwd, die thans wordt gebruikt door de Gereformeerde gemeente. Circa 1950 verlieten een aantal leden laatstgenoemde
kerk en bouwden in 1953 tussen de Tuinstraat en de Ooststraat een eigen kerk (Gereformeerde gemeenten
in Nederland). Het dorp werd op 23 mei 1692 getroffen door brand. Binnen enkele uren gingen 56 huizen, de nieuwe
meestoof, de brouwerij en 34 schuren aan de Ring en Voorstraat verloren. De brand is waarschijnlijk
begonnen op de mestvaalt achter het huis met de fraaie vroeg 17e eeuwse gevel aan de Voorstraat (nr.
38). Dit huis is toen door de Stallanders, die niet meer hadden kunnen redden dan het vege lijf, geplunderd. Sint-Annaland is vanouds een agrarisch gebied. De teelt en verwerking van meekrap was een belangrijk middel van bestaan. Het Aardrijkskundig Woordenboek (1839) vermeldt dat jaarlijks meer dan 500 personen de gemeente verlieten om als drogers,
stampers en drijvers in de meestoven in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland te gaan arbeiden. Het
was seizoenwerk. Ze vertrokken met het hele gezin in september en kwamen in april of mei van het jaar daarop terug. Wanneer de eerste meestoof in Sint-Annaland is gesticht, is niet bekend. In 1607 is er echter sprake van een Stoofhof waarmee ook nu nog een erf wordt aangeduid waar een meestoof stond. In deze gebouwen werd de wortel van de meekrapplant (Rubia tinctorum) gedroogd en fijngestampt om als grondstof te dienen voor de fabricage van een rode
verf voor onder meer het verven van wol.
Het dorp gezien vanuit de Krabbenkreek, circa 1690 uitvinding van de synthetische verfstoffen in 1868 stortte in enige jaren de markt voor dit product volledig ineen. De oudste meestoof in deze gemeente, de Hersteller, werd in 1877 gesloopt. De Eensgezindheid, die in 1850 werd gesticht, kon met de verwerking van cichorei zijn bestaan rekken tot in 1913. Na de
huisvesting van Belgische vluchtelingen in 1914 is het gebouw in 1916 afgebroken. Vanouds heeft Sint-Annaland een haven, die zoals in deze getijdenwateren gebruikelijk bij de uitwateringssluis werd aangelegd. Volgens de Tegenwoordige Staat (1753) werd deze door vele vaartuigen bezocht. Bij onstuimig weer en harde wind bood deze haven aan de vaarweg tussen Antwerpen en Holland een veilig toevluchtsoord. In 1953 bleek deze haven aan de Krabbenkreek, die direct tegen de
bebouwing lag, een zwakke schakel in de zeewering. De coupure brak door waarna de Oudelandpolder dras kwam te staan. In 1960 is de haven gedempt (Havenplein), waarna meer zeewaarts een nieuwe haven is aangelegd die ook met laagwater
toegankelijk is. Droogvallen met het schip op een zate was toen verleden tijd. De noordzijde van de nieuwe gemeentehaven is in 1965 ingericht als jachthaven. Het dorpsbestuur bestond uit een baljuw of schout, die tevens rentmeester van de ambachtsheren was, één burgemeester en 6 schepenen. Zij waren belast met bestuurlijke en rechterlijke zaken. Na de
Franse tijd kwam er een gemeentebestuur zoals we dat in grote lijnen nog kennen. De vergaderingen
vonden eerst plaats in een herberg in de rechtkamer. In 1728 werd een eigen rechthuis betrokken dat op de
hoek van de Molendijk en Kaay stond. In 1854 is op deze plaats een nieuw gemeentehuis gebouwd. Het laatste gemeentehuis werd in 1940 aan de Bierensstraat gebouwd dat na de gemeentelijke herindeling in 1973 door het streekmuseum voor Tholen en Sint-Philipsland, de Meestoof, in gebruik is genomen. In de loop der jaren is de collectie en het
museumcomplex uitgebreid. Men kan er een winkeltje uit grootmoeders tijd zien evenals een klas van een
dorpsschool. Verder herbergt het museum een collectie landbouwwerktuigen, een smederij,
klederdracht en aardewerk gevonden in de verdronken stad Reimerswaal. Ook wordt er aandacht besteed aan de meekrap. In 2003 is op het museumterrein nog een Noorse woning geplaatst die Noorwegen in 1953 aan Stavenisse had geschonken.
De houten standerdmolen dateert van 1684/85. De stenen stellingmolen De Vier Winden werd in 1847 gebouwd.
De drinkwaterleiding op het eiland Tholen is in 1923 in gebruik genomen. Ook Sint-Annaland was op dit net
aangesloten, dat het water uit de omgeving van Halsteren betrok. De gemeente is in 1929
aangesloten op het elektriciteitsnet, dat uit Brabant van stroom werd voorzien. Het Groningse aardgas
bereikte het eiland Tholen aan het eind van de zestiger jaren. In 1970 was het hele eiland op het
buizennet aangesloten.
J.Z., 2003.
Gilde van Vrijwillige Molenaars
Omdat veel molens niet langer commercieel in bedrijf zijn dreigt het ambacht van molenaar langzaam te verdwijnen. Daarom zijn eind jaren zestig enthousiaste molenliefhebbers gestart met een opleiding tot vrijwillige molenaar. Uit dit initiatief is in 1972 Het Gilde van Vrijwillige Molenaars (GVM) ontstaan. Het GVM is een landelijke vereniging met provinciale afdelingen. Het Gilde van Vrijwillige Molenaars heeft in Nederland ongeveer 2000 leden.
Landelijk hebben al meer dan 1000 kandidaten de opleiding gevolgd en met succes het examen afgelegd. Door hun inzet zien we op heel wat plaatsen de monumentale wind- en watermolens weer regelmatig in bedrijf en zien we weer een heropleving van het ambacht van molenaar.
Het bestuur van het Gilde van Vrijwillige Molenaars afdeling Zeeland bestaat uit:
voorzitter: P.F.H.Hazelager Westsingel 28 4454 AK Borssele 0113-354040
secretaris: A.H.Oele Smaragd 53 4337 MC Middelburg 0118-627194
penningmeester: B. van der Spek Molenweg 7 4315 CE Dreischor 0111-401558